Nostradamus
... een nieuwe visie ...
Laatst bijgewerkt:
12 november 2016
DE VOORSPELLINGEN
ONJUISTE INTERPRETATIES
Napoleon Bonaparte
15 augustus 1769 - 5 mei 1821

De opkomst van Napoleon Bonaparte
Centurie 1, Kwatrijn 60

Veldtocht Sardinië,
22 februari 1793
Centurie 3, Kwatrijn 87

Eerste consul van Frankrijk
Centurie 4, Kwatrijn 54

Grote Sint-Bernhardpas,
mei 1800
Centurie 5, Kwatrijn 20

Inname Milaan
Centurie 3, Kwatrijn 37

Kroning tot keizer van Frankrijk,
2 december 1804
Centurie 8, Kwatrijn 57

Invasie in Rusland, 1812
Centurie 4, Kwatrijn 75

Slag bij Moskou, 1812-1813
Centurie 8, Kwatrijn 85

Verbanning naar Elba,
6 april 1814
Centurie 10, Kwatrijn 24
 
1e Wereldoorlog 1914-1918

Aanleiding tot de
Eerste Wereldoorlog 1914-1918
Centurie 9, Kwatrijn 55

*** UPDATE ***
Oorlogsvoering in de lucht, beide wereldoorlogen
Centurie 1, Kwatrijn 64

*** UPDATE ***
Kerk "St-Gervais-et-St-Protais" geraakt door Parijs-Geschut
29 maart 1918
Centurie 3, Kwatrijn 6
Hier zet Nostradamus zijn beeldspraak verder door, waarbij de onrijpe vruchten betrekking hebben op de (bijna) rampen die plaatsvonden. Rampen met de Apollo vluchten die wellicht voorkomen hadden kunnen worden als de VS er geen strijd van had gemaakt om de Russen technologisch voor te blijven en de rampen met de Space Shuttle's Challenger en Colombia die niet nodig waren geweest als de NASA risico's had willen uitsluiten.

Opsomming ongevallen:
NASA kon in december 1968 voor het eerst echt triomferen over de Sovjet-Unie met de Apollo 8-missie, toen mensen voor het eerst rond de maan vlogen. Na nog  enkele geslaagde bemande testvluchten met Apollo 9 en 10, kon de NASA als eerste en vóór 1970, in overeenstemming met de wens van Kennedy, op 20 juli 1969  met de Apollo 11 een man op de maan zetten.

De bemanning bestond uit Neil A. Armstrong, Edwin E. Aldrin en Michael Collins.
Maanlander Eagle landde op 20 juli 1969, om 17 minuten over negen 's avonds Nederlandse tijd precies in de Zee der Stilte, ‘Mare Tranquillitatis’. De lander drukte daarbij een kratertje van 30 centimeter diep in de maan. Pas zeven uur later, iets voor vier uur in de ochtend van 21 juli, verliet Armstrong eindelijk de ruimtesloep, waarbij hij de inmiddels legendarische woorden sprak: 'It’s one small step for man, one giant leap for mankind'.

Hoewel de Eagle in totaal 21 uur op het maanoppervlak is blijven staan, brachten Armstrong en Aldrin daarvan slechts tweeënhalf uur door in de 'buitenlucht'. Armstrong en Aldrin zijn overigens meteen ook de eerste aardlingen die op de maan hebben geslapen.

Het had een haar gescheeld of de maanlanding was op het allerlaatste moment afgeblazen. Tijdens de afdaling naar de Zee der Stilte bleek de Eagle recht af te gaan op enkele rotsblokken. Armstrong schakelde daarop de automatische piloot uit en probeerde de lander handmatig naar een open plek te sturen. Die vond hij net op tijd. Twintig seconden later, en Armstrong had de landing noodgedwongen moeten afbreken.
Michael Collins viel de ietwat droeve taak ten deel om op de terugkeercapsule te passen
Mercury logo
5 mei 1961 - Mercury MR-3 - Freedom 7
Mercury capsule
Gemini logo
23 maart 1965 - Gemini 3
Gemini capsule
Apollo logo
20 juli 1969, eerste mens op de maan
De kosten van het project bleken echter veel te laag te zijn ingeschat. Bovendien bleven de resultaten achter bij de verwachtingen. De Space Shuttle zou per  kilogram nuttige lading vijftien keer zo goedkoop zijn als de Saturnus-raketten, waarmee de Apollo-vluchten waren uitgevoerd. In werkelijkheid bleek de Space  Shuttle drie keer zo duur. Het ruimteveer zou na landing binnen twee weken weer klaar zijn voor lancering. In de praktijk bleek dat drie tot zes maanden te zijn.
Tot overmaat van ramp gingen twee Space Shuttles verloren, de Challenger in 1986, en de Columbia in 2003, waarbij in totaal 14 ruimtevaarders het leven lieten.
De vluchten met de Space Shuttle kregen bij lange na niet de aandacht die de Apollo-vluchten naar de maan ten deel waren gevallen. Dit ondanks het feit dat de  Space Shuttle een aantal bijzonder waardevolle en interessante missies uitvoerde (bijvoorbeeld de lancering van de Ruimtetelescoop Hubble en het onderhoud  ervan, de Chandra X-Ray Observatory en de bouw van het ISS).
De eerste regel 'Dedans le coing de Luna viendra rendre' (originele Franse tekst) wordt op internet door iedereen getransformeerd naar 'Dedans le coin de Luna viendra rendre'. Waarom men dit doet is mij geheel onduidelijk. Klaarblijklijk denkt men dat Nostradamus dat wel bedoeld zal hebben en kan men met de originele tekst niet uit de voeten. Daardoor vindt dan ook altijd een slechte vertaling plaats waarbij 'Dedans le coin' vertaald wordt naar 'In de hoek' of 'Naar de hoek', en de volgende zin gevormd wordt: 'Men zal zich naar de hoek van Luna (maan) begeven'.
Niemand legt vervolgens uit wat er dan met
'hoek' bedoeld zou worden, bovendien is de maan rond en heeft dus geen hoeken !

Als men de originele tekst gewoon goed had weten te vertalen had men tot mijn vertaling kunnen komen.
Het woord
'Dedans' betekent hier 'Binnen' of 'In' !
Het woord
'coing' is een peervormige vrucht,  de kweepeer, en als men de capsules van zowel Mercuri als Gemini bekijkt, kan men niet anders concluderen dat deze capsules een peervorm hebben !
En dat hier ook een vrucht wordt bedoeld (als beeldspraak) is te herleiden uit regel 3 waar ook sprake is van fruit (onrijpe vruchten).

Het is leuk en tegelijk fantastisch om te zien hoe Nostradamus in de 16e eeuw onze ruimtevaart technologie zag en deze in vier regels beschreef waarbij hij de vorm van de capsules vergeleek met die van de peer !
Saturn V raket, lancering Apollo 11, 16 juli 1969
Nostradamus voorzag de maanreizen in het volgende kwatrijn:

Centurie 9 - Kwatrijn 65


Dedans le coing de Luna viendra rendre
Où sera prins & mis en terre estrange.
Les fruicts immeurs seront à grand esclandre,
Grand vitupere, à l'vn grande loüange.

Binnen de peervorm(ige vrucht) zal men zich van/naar de maan begeven
Waar hij zal worden geïsoleerd en in vreemde aarde neergezet.
De onrijpe vruchten veroorzaken een groot schandaal,
Grote verwijtbare schuld om veel lof te oogsten.
De kweepeer
Lancering Space Shuttle Columbia
Op het internet gaan vele complot-theoriën de ronde waaruit zou moeten blijken dat de landing op de maan nooit heeft plaats gevonden en dat alle beelden, nadat de Lunar module zogenaamd geland was, vanuit studio's zouden zijn uit gezonden. Velen die dit geloven leiden dit af aan de hand van de vele foto's die op de maan zouden zijn genomen. Schaduwen en reflecties van licht zouden niet juist zijn, een Amerikaanse vlag in de bodem gestoken die zou wapperen (tewijl er geen wind is), enz.

Maar met het bovenstaande kwatrijn zou Nostradamus toch alle twijfel weg moeten nemen van degenen die nog steeds geloven dat de landing in scene gezet zou zijn. Bovendien, alle aangevoerde argumenten van de complot-denkers zijn wel degelijk te verklaren en als de landing WEL in scene zou zijn gezet dan zou NASA na het succes van de Apollo 11 vlucht gestopt zijn met het gehele Apollo programma, het doel was toch immers bereikt ?
Zoals we weten kwamen naar Apollo 11 ook de vluchten 12 t/m 17 waarvan vlucht 13 de meest rampzalige was en ook maar net goed af liep.
Geschiedenis

NACA (National Advisory Committee for Aeronautics) de voorganger van NASA werd opgericht op 3 maart 1915 om onderzoek en ontwikkelingen op het gebied van luchtvaart te bevorderen.
In het jaar 1957 werd in het kader van het Internationaal Geofysisch Jaar, besloten een raket te bouwen die een satelliet in een baan rond de  aarde kon brengen.

De Amerikaanse marine kreeg het contract zo'n raket te ontwikkelen. Totaal onverwacht lanceerde de Sovjet-Unie, op 4 oktober 1957, de Spoetnik 1, als eerste  kunstmaan in een baan om de aarde. Op 3 november 1957 volgde de Spoetnik 2, met aan boord het hondje Laika. De vernedering was totaal toen de Amerikaanse  marine zijn raket amper 30 cm van het platform kreeg, waarna deze ontplofte. Het was de luchtmacht die met zijn raket vier maanden later, op 1 februari 1958, de  eerste Amerikaanse satelliet, de Explorer 1, succesvol kon lanceren.
President Dwight D. Eisenhower zag in dat er een nationaal ruimtevaartagentschap nodig was om zulke blunders te voorkomen en vormde daarom op 1 oktober  1958 de NACA om tot NASA (National Aeronautics and Space Administration). Ook werden er onderzoeksinstituten aan toegevoegd: het Langley Aeronautical Laboratory, het Ames Aeronautical Laboratory, het  Lewis Flight Propulsion Laboratory, en twee testfaciliteiten.

Al gauw werd NASA uitgebreid met nog een aantal bestaande onderzoeksinstituten, onder andere de ruimtevaartafdeling van het Naval Research Laboratory in  Maryland, het Jet Propulsion Laboratory (JPL) dat werd bestuurd door het California Institute of Technology, en bovendien de Army Ballistic Missile Agency in  Huntsville (Alabama) waar het team van Wernher von Braun werkte aan de ontwikkeling van grote raketten.
Mercury

Het eerste grote project van NASA was het Mercury-programma dat tot doel had de eerste Amerikanen in de  ruimte te brengen, bestudering van functioneren en gedrag van de mens in de ruimte, de capsule inclusief astronaut veilig op aarde te laten terugkeren.en te bewijzen dat de VS technologisch superieur was.
Dit lukte niet want de Sovjet-Unie was de Verenigde Staten opnieuw voor met het  Vostokprogramma. De Russen lanceerden Joeri Gagarin als eerste mens in een baan rond de aarde op 12 april 1961.
Op 5 mei 1961 lanceerden de Amerikanen  hun eerste astronaut, Alan Shepard. De vlucht (Mercury MR-3) duurde echter slechts 15 min. en 18 sec., aangezien de raket niet in staat was de Mercurycapsule in een baan om  de aarde te brengen. NASA beschikte op dat ogenblik nog niet over grote raketten die betrouwbaar genoeg waren.

De Mercury-capsules waren zeer kleine éénpersoons-ruimtevaartuigen. Er werd wel gezegd dat je de capsule niet instapte, maar dat je deze 'aantrok'. Ze waren volledig vanaf de grond bestuurbaar, voor het geval dat de astronaut onwel zou worden.

Voor de Mercury-vluchten werden drie verschillende draagraketten gebruikt, de Little Joe, de Redstone, en de Atlas. De Little Joe en de Redstone-raketten werden gebruikt voor ballistische vluchten, de Atlas-raketten voor vluchten in een baan om de aarde. De Atlas-raketten waren oorspronkelijk bedoeld voor kernkoppen en moesten worden versterkt om de Mercury-capsules te kunnen dragen.
Voor de bemande Mercury-vluchten werden zeven voormalige testpiloten van de Amerikaanse luchtmacht geselecteerd, de zogenaamde Mercury Seven: Alan Shepard, Virgil Grissom, John Glenn, Scott Carpenter, Wally Schirra, Gordon Cooper en Donald Slayton. Zes van de zeven hebben een Mercury-vlucht uitgevoerd, Donald Slayton werd medisch afgekeurd maar heeft later gevlogen in het kader van het Apollo-Sojoez testproject.

Mercury MR-3 was de eerste bemande ruimtevlucht in het kader van het Amerikaanse Mercury programma. De capsule genaamd Freedom 7 werd gelanceerd met een Redstone raket.

Amerika was opnieuw vernederd, en het was de jonge president John F. Kennedy die het initiatief nam. In een toespraak, gehouden op 25 mei 1961 in een speciale gezamenlijke congres sessie, kondigde hij aan dat Amerika een man op de maan moest zetten vóór 1970. De wereld stond versteld. Een reis naar de maan zou vele malen moeilijker en gevaarlijker zijn dan een vlucht rond de aarde. Men wist niet eens zeker of een mens wel zo lang in de ruimte in leven kon blijven.
Gemini

Toch slaagde NASA er binnen enkele jaren in de ruimtewedren te domineren. Nadat het eenvoudiger Mercury-programma was afgesloten, werd  begonnen met het Gemini-project. Ruimtewandelingen, koppelingen met ruimtetuigen die eerder waren gelanceerd, de effecten van langdurige gewichteloosheid  op het lichaam, kortom, allerlei zaken die bij een reis naar de maan om de hoek komen kijken, passeerden tijdens dit project de revue en werden uit en te na  beproefd. De ervaring die hiermee werd opgedaan was cruciaal om het volgende ruimteschip te kunnen bouwen, de Apollo.

Gemini 3 was de eerste van tien bemande ruimtevluchten in het kader van het Amerikaanse Gemini project. Voor de Amerikanen was het tevens de eerste ruimtevlucht met een meerpersoons bemanning.

Het was de tweede vlucht voor gezagvoerder Virgil Grissom, die daarmee de eerste ruimtevaarder in de geschiedenis werd die voor de tweede keer in de ruimte vloog.
Piloot John Young was de eerste Amerikaanse ruimtevaarder die niet tot de Mercury Seven behoorde. Als grap smokkelde hij een boterham met corned beef aan boord, en bood deze halverwege de vlucht aan Grissom die er een paar happen van nam. Toen dit verhaal door de pers werd gepubliceerd zorgde dit voor verontwaardiging in het Amerikaans congres. Dit leidde tot strikte regels omtrent wat ruimtevaarders aan persoonlijke zaken mee mochten nemen in de ruimte.

De Gemini 3 vloog drie keer rond de aarde in een vlucht van bijna vijf uur. Het was het eerste ruimtevaartuig waarmee gemanoeuvreerd kon worden. De bemanning voerde zelf de terugkeer in de dampkring uit. Ze landden ongeveer 100 km van de beoogde plek in de Atlantische Oceaan waar het vliegdekschip U.S.S. Intrepid lag te wachten. Voor de rest gold deze ruimtevlucht als een succesvolle missie.

De capsule van de Gemini 3 wordt tentoongesteld in het Grissom Memorial Museum in Mitchell, Indiana, Verenigde Staten.
Apollo

Tot Apollo was Amerika weliswaar altijd tweede geweest, maar er waren nooit ernstige ongelukken gebeurd. Dit veranderde op 27 januari 1967, toen tijdens een  test op de grond in de capsule van Apollo 1 brand uitbrak, en alle drie de astronauten, Virgil Grissom, Ed White en Roger Chaffee, omkwamen. Het ongeluk  schokte Amerika. Er werd een onderzoek ingesteld om herhaling te voorkomen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat een combinatie van het gebruik van  zuivere zuurstof en kortsluiting door slordig afgewerkte elektriciteitsbedrading tot dit drama hadden geleid.

Aan stopzetting van het ruimtevaartprogramma werd niet gedacht. Amerika moest zich nog steeds bewijzen tegenover de Sovjet-Unie, en de doelstelling van de  toen inmiddels overleden president Kennedy moest nagekomen worden. Maar het ongeluk was niet voor niets geweest. NASA trok haar lessen hieruit en zorgde  voor een beter en veiliger werkomgeving voor haar astronauten.
Na Apollo 11 kwamen er nog vijf andere succesvolle maanlandingen met de Apollo 12, 14, 15, 16 en 17. Apollo 13 bleek hierop de uitzondering, toen tijdens de  heenreis een zuurstoftank in het servicegedeelte van het ruimtevaartuig ontplofte, en de bemanning met behulp van de motor van de maanlander (LEM) naar de  aarde moest zien terug te keren. De astronauten overleefden de missie.

Hoewel de Sovjet-Unie destijds ontkende bemande maanlandingen te hebben nagestreefd, bleek later dat men in het diepste geheim wel degelijk had gewerkt aan  een eigen maanproject. De Sovjets hadden het Zond-programma, om kosmonauten rond de maan te sturen. Had de NASA zich aan haar vluchtschema gehouden,  dan zouden de Russen de Amerikanen mogelijk opnieuw voor zijn geweest. NASA veranderde echter de missie van de Apollo 8, die oorspronkelijk in een baan om  de aarde zou blijven, in het later zo succesvol gebleken ronden van de maan.
De belangrijkste oorzaak van het slagen van de Amerikanen waar de Russen faalden, was dat zij de Saturnus V konden bouwen, het geesteskind van Wernher von  Braun, dat betrouwbaar genoeg bleek om deze gigantische onderneming tot een goed einde te kunnen brengen. De Russen hadden een soortgelijke raket, de N1,  maar doordat zijn ontwerper, Sergej Koroljov, in het midden van de ruimterace stierf en zijn opvolger, Vasili Mishin, de expertise miste om het ontwerpbureau dat  voor de ontwikkeling van de raket zorgdroeg, goed te bestieren, en er bovendien concurrentie was van twee andere constructeurs, Vladimir Chelomei en Valentin  Glushko, die samen aan een alternatief voor de N1 werkten (welke uiteindelijk overigens door een 'commissie van experts' ten gunste van de N1 werd afgewezen),  kwam er van een succesvolle afronding van het project weinig terecht. In 1972 werd dan ook, na een vierde, mislukte lancering van de N1 op 23 november van dat  jaar, besloten verder af te zien van pogingen om een Rus op de maan te zetten.

Na het Apollo-programma werd de geldkraan dichtgedraaid. Behalve de vier vluchten in het kader van het Skylab- en het Apollo-Soyuz Test Project,  vonden geen bemande vluchten meer plaats. Maar NASA boekte nog grote wetenschappelijke successen met onbemande ruimtevaartuigen zoals de Pioneer 10  en 11, de eerste missies naar Jupiter en Saturnus, en vooral de Voyagers, die naast Jupiter en Saturnus, ook Uranus en Neptunus bezochten, en de Vikings, naar  Mars.
Space Shuttle

Uiteindelijk begon men aan de ontwikkeling van de Spaceshuttle. Het ruimteveer zou, doordat het vele malen hergebruikt kon worden, omdat het kon landen als een vliegtuig, een revolutionaire ommekeer teweegbrengen voor wat betreft het kostenaspect, dat, vooral bij bemande ruimtevaart,  aanzienlijk is. Tevens zou de ruimtevaart met de introductie van het ruimteveer, naast goedkoper, ook een alledaagse aangelegenheid moeten worden.

De ontwikkeling van zo'n ingewikkeld ruimtetuig vergde opnieuw een reusachtig kapitaal, dat nooit door het congres goedgekeurd zou worden. Daarom ging NASA  samenwerken met de Amerikaanse luchtmacht om de ontwikkelingskosten te delen. De luchtmacht zou in ruil hiervoor ook gebruik kunnen maken van de Space  Shuttle voor de lancering van militaire satellieten en voor andere strategische doeleinden.
Na jaren van ontwikkeling en testen werd op 12 april 1981 's werelds eerste herbruikbare ruimteschip, Space Shuttle Columbia, gelanceerd.
Regels 1 en 2

Binnen de peervorm(ige vrucht) zal men zich van/naar de maan begeven
Waar hij zal worden geïsoleerd en in vreemde aarde neergezet.
Regels 3 en 4

De onrijpe vruchten veroorzaken een groot schandaal,
Grote verwijtbare schuld om veel lof te oogsten.
27 januari 1967 - Tijdens een  test op de grond brak in de capsule van Apollo 1, die gekoppeld was aan een Saturnus 204 draagraket, brand uit waarbij alle drie de astronauten, Virgil Grissom, Ed White en Roger Chaffee, omkwamen.
Voorafgaand aan het ongeval waren de bemanningsleden een controlelijst aan het doornemen met dingen die zij in de ruimte zouden doen. Ondertussen werd een probleem aan het communicatiesysteem verholpen. Plotseling riep een stem (waarvan men nu aanneemt dat het Chaffee is geweest) 'Vuur, ik ruik vuur'. De verbinding met de grondeenheid werd beëindigd met een schreeuw van pijn. De bemanning kon niet ontsnappen, omdat de cabine onder grote druk stond. Voor het openmaken van de deur moet eerst de overdruk weg worden genomen. In het gunstigste geval zou het 90 seconden gevergd hebben om naar buiten te komen, terwijl de bemanning in slechts ongeveer 15 seconden werd gedood.
Het ongeluk schokte Amerika. Er werd een onderzoek ingesteld om herhaling te voorkomen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat een combinatie van het gebruik van zuivere zuurstof en kortsluiting door slordig afgewerkte elektriciteitsbedrading tot dit drama hadden geleid.
11-17 april 1970 - De vlucht van Apollo 13 was een van de bijna-rampen van het Apollo-programma. Na 56 uur van de vlucht ontplofte zuurstoftank 2 in de Apollo service module en beschadigde verschillende elektrische energie en life support systemen.
Het ventiel van zuurstoftank 1 werd eveneens beschadigd, waardoor in een paar uur tijd de hele zuurstofvoorraad verloren ging en er geen water en energie meer beschikbaar was.
Bovendien kon de raketmotor niet meer gebruikt worden. De antenne voor de verbinding met de aarde, die ook deel uitmaakte van de servicemodule, was gelukkig onbeschadigd.
De bemanning sprak beheerst de historische woorden: 'Hey Houston, we've had a problem here'.
Mensen over de hele wereld keken, wachtten en hoopten dat het NASA personeel op de grond en de bemanning, die op weg waren naar de Maan, een manier zouden vinden om de bemanning weer veilig thuis te krijgen. Dit kon niet eerder totdat de capsule rond de maan was gegaan.
Op het moment van de ontploffing bevond Apollo 13 zich tussen de aarde en de maan.
Toen de NASA-ingenieurs al snel hadden vastgesteld dat er niet voldoende lucht, water en elektriciteit in de Apollo capsule aanwezig was om de drie astronauten daar te houden totdat ze konden terugkeren naar aarde, vonden zij dat de maanlander,  een ruimtevaartuig met eigen voorzieningen en niet beïnvloed door het ongeval, kon worden gebruikt als een soort 'reddingsboot' om een sober life support te kunnen bieden tijdens de terugreis.
De landing op de maan was nog niet ingezet, en de maanlander was dus nog aangekoppeld. Deze kon nu worden gebruikt om elektriciteit, water en zuurstof te leveren. Bovendien werd de motor van de maanlander (van de daaltrap) gebruikt om terug op aarde te komen.
Hoewel het weinig scheelde keerde de bemanning op 17 april 1970 veilig terug.
Uit nader onderzoek van NASA bleek dat bij de montage van de Apollo 10 een defecte zuurstoftank was vervangen. De tank werd gerepareerd en werd later voor de Apollo 13 gebruikt. Ondanks alle positieve testuitslagen was de tank dus toch niet in orde geweest.
Een spoel voor het verwarmen van de zuurstof in de tank was ontworpen voor 28V/2A maar in Apollo 13 werd 56V/4A gebruikt. De isolatie smolt weg en een kortsluiting volgde. Een vonk die hierbij ontstond liet de tank ontploffen.
De bijna-ramp had een aantal belangrijke doelen gediend voor het civiele ruimtevaart programma, met name de gevraagde heroverweging van het correct handelen gedurende het gehele proces, maar ook de consolidatie van het populistisch denken van de NASA's ingenieurs.
28 januari 1986 - De Challenger was de tweede Space Shuttle die door Amerika in de ruimte gebracht werd. Op 4 april 1983 maakte dit ruimteveer zijn eerste ruimtevlucht. In totaal werd de Challenger tien maal gelanceerd maar de laatste lancering op 28 januari 1986 eindigde in een ramp doordat het ruimteveer 73 seconden na zijn vertrek uit elkaar spatte. Bij dit tragische ongeval kwamen zeven astronauten om het leven waaronder de 37-jarige onderwijzeres Christa McAuliffe. De oorzaak van deze ramp bleek achteraf niet enkel een technische oorspong te hebben maar vooral ook een menselijke. Zo werd het management van het Space Shuttle programma en van de SRB fabrikant Thiokol tegen het licht gehouden en bleek dat verschillende personen verkeerde beslissingen namen. De druk om het ruimteveer toch te lanceren bleek groter te zijn dan deze uit te stellen aangezien het Space Shuttle programma toen al een grote achterstand had opgelopen en er voor het eerst een onderwijzeres zou meevliegen.
Een presidentiële onderzoekscommissie bracht aan het licht dat een rubberen O-ring op één van de twee vaste brandstofraketten, die de afdichting vormde tussen de verschillende delen van de grote stuwraket, als gevolg van de lage temperaturen bij de lancering (2°C) was gaan lekken.
Daardoor kon heet gas ontsnappen uit de booster. De booster raakte op een punt los en beschadigde de grote hoofdtank vol vloeibare zuurstof en waterstof. Door de extreme verhitting en de beschadigingen explodeerde de tank.
Het was Nobelprijswinnaar Richard Feynman die dat met een simpele demonstratie met rubber in een glas ijswater tijdens de eerste persconferentie van de commissie aan heel Amerika duidelijk maakte. Veel minder bekend is dat ingenieurs van de fabrikant van de stuwraketten, Morton Thiokol, op uitstel hadden aangedrongen. Zij werden echter overruled door NASA bestuurders en hun eigen management.
Allan McDonald leidde het rakettenprogramma van Morton Thiokol. Vanaf het eerste moment dat hij voor de commissie moest getuigen speelde hij open kaart. Zijn eigen werkgever en NASA namen hem dat niet in dank af.
In ‘Truth, Lies and O-rings’ doet hij voor het eerst verslag van zijn ervaringen. Hij vertelt dat het probleem bekend was. Het is nauwelijks te geloven dat zijn heldere technische analyse zo lang genegeerd en weggedrukt kon worden, al maakt hij dat tegelijk ook wel weer begrijpelijk door het navrante beeld van botsende ego’s, contracten die verlengd moesten worden, en een al te ambitieus schema van lanceringen.
1 februari 2003 - Zowel de organisatie van NASA als het ruimtevliegtuig zelf werden aangepakt. De O-ringen werden verbeterd en er kwam een betere ontsnappingsprocedure voor de bemanning. Maar dat alles kon niet voorkomen dat er opnieuw een enorme inschattingsfout werd gemaakt. Die kostte in 2003 weer zeven astronauten het leven. Ditmaal niet bij de start maar bij de landing.

Zeventien uur voordat de Columbia met een snelheid van ongeveer 17.000 kilometer per uur uit elkaar viel, had Kevin McCluney op Johnson Space Center in Houston een mailtje gestuurd naar zijn collega's: "laten we aannemen dat een beperkte stroom heet plasma het wielhuis bereikt, vanaf het moment dat we de dampkring ingaan tot op 60 kilometer hoogte, wat gaan we dan zien?" De woorden blijken profetisch. Precies dat gebeurt een dag later.

Uit videobeelden en experimenten blijkt dat het al bij de start is misgegaan. Net voor de cockpit breken twee kleine en een wat groter stuk isolatieschuim af van de externe tank, die de onderkant van de linkervleugel met een snelheid van zo'n 800 kilometer per uur raken. Het hitteschild raakt op enkele plaatsen beschadigd, met fatale gevolgen.
Op 1 februari 2003 viel de Columbia boven Texas uit elkaar, de hele bemanning, onder wie de Israëlische astronaut Ilan Ramon, kwam om, waarschijnlijk op het moment dat de druk in de cabine wegviel.
De Columbia Accident Investigation Board (CAIB) heeft medio mei 2003 geconcludeerd dat de problemen van Columbia zijn begonnen met het losraken van een stuk isolatieschuim van de externe brandstoftank, 81,7 seconden na de lancering. Dit stuk schuim kwam met een harde klap tegen de voorrand van de vleugel, waarbij belangrijke, uit koolstofcomposiet bestaande panelen van het hitteschild werden beschadigd. De snelheid van het stuk schuim bedroeg circa 800 km/h en er werd een gat geslagen ter grootte van een koffer (1000 cm²). Wellicht werd ook een afdichting tussen de panelen beschadigd. Radarbeelden van de dag na de lancering lieten zien dat een gedeelte van het paneel of de afdichting van de shuttle vandaan dreven. Toen Columbia de atmosfeer weer binnenkwam kon het hete plasma dat de shuttle dan omhult de vleugel binnendringen, waarbij door de hitte verdere panelen werden aangetast. Bovendien sneed de hitte door de aluminium constructie van de vleugel, waardoor de linkervleugel desintegreerde. Hierdoor werd de shuttle instabiel en zette een draaiende beweging naar links in. Daardoor kwam de romp van de shuttle haaks op de bewegingsrichting te liggen. De romp kon de resulterende sterke vertragingskrachten niet aan waardoor de shuttle geheel uiteenviel.
De onderzoekscommissie concludeerde op 27 augustus dat de NASA-cultuur mede debet aan het ongeluk is geweest, waarbij berichten van technici door de top van de organisatie werden genegeerd. Daarnaast was het probleem met het schuim bij NASA bekend. Bij minstens een eerdere vlucht waren hittewerende tegels beschadigd geraakt. De commissie ontdekte dat het management ook dit probleem had aangemerkt als een acceptabel risico.
De commissie oordeelde tevens dat de bemanning van de shuttle wellicht door een - riskante - reddingsoperatie gered had kunnen worden. NASA had direct na de lancering echter al besloten dat een eventuele redding toch niet mogelijk was.

Er kwam een reparatiekit voor de shuttle-tegels en een speciale uitschuifbare camera om de onderkant van de shuttle tijdens de vlucht te inspecteren. In 2005 was het ruimteveer weer back in business. Maar op dat moment lagen de plannen voor de opvolger, de Ares raket en de Orion capsule, al klaar. Die plannen zijn vorig jaar door president Obama geschrapt maar aan het lot van de oude shuttle verandert dat niets.
Lancering Apollo 11
Commander Neil Armstrong, Command/Service Module pilot Michael Collins, and Lunar Module pilot Buzz Aldrin
President John F. Kennedy tijdens een
toespraak in het congres, 25 mei 1961
Landing op de maan
De maanlanding