Nostradamus
... een nieuwe visie ...
Laatst bijgewerkt:
12 november 2016
DE VOORSPELLINGEN
ONJUISTE INTERPRETATIES
Napoleon Bonaparte
15 augustus 1769 - 5 mei 1821

De opkomst van Napoleon Bonaparte
Centurie 1, Kwatrijn 60

Veldtocht Sardinië,
22 februari 1793
Centurie 3, Kwatrijn 87

Eerste consul van Frankrijk
Centurie 4, Kwatrijn 54

Grote Sint-Bernhardpas,
mei 1800
Centurie 5, Kwatrijn 20

Inname Milaan
Centurie 3, Kwatrijn 37

Kroning tot keizer van Frankrijk,
2 december 1804
Centurie 8, Kwatrijn 57

Invasie in Rusland, 1812
Centurie 4, Kwatrijn 75

Slag bij Moskou, 1812-1813
Centurie 8, Kwatrijn 85

Verbanning naar Elba,
6 april 1814
Centurie 10, Kwatrijn 24
 
1e Wereldoorlog 1914-1918

Aanleiding tot de
Eerste Wereldoorlog 1914-1918
Centurie 9, Kwatrijn 55

*** UPDATE ***
Oorlogsvoering in de lucht, beide wereldoorlogen
Centurie 1, Kwatrijn 64

*** UPDATE ***
Kerk "St-Gervais-et-St-Protais" geraakt door Parijs-Geschut
29 maart 1918
Centurie 3, Kwatrijn 6
Centurie 8 - Kwatrijn 66

Quand l’escriture D.M. trouuee,
Et caue antique à lampe descouuerte,
Loy, Roy, & Prince Vlpian esprouuee,
Pauillon Royne & Duc sous la couuerte.

Wanneer opschrift D.M. gevonden wordt,
En bij lamplicht een oud graf ontdekt wordt,
Dan wordt het koninkrijk zwaar op de proef gesteld,
Totdat het koninklijk vaandel samen met dat van de Duce onzichtbaar wordt.
Regel 1

Wanneer opschrift D.M. gevonden wordt,
Regel 2

En bij lamplicht een oud graf ontdekt wordt,
Deze regel beschrijft de opkomst van ‘Duce’ Mussolini (D.M.) tot premier van Italië in 1922.
Lees hieronder het hele verhaal:

Benito Amilcare Andrea Mussolini (Predappio, 29 juli 1883 - Giulino di Mezzegra, 28 april 1945) was een Italiaans onderwijzer, journalist en van 1922 tot 1945 fascistisch dictator. Hij schiep een antidemocratisch, totalitair, fascistisch regime, gebruikmakend van propaganda. Door volledige controle over de media nam hij de bestaande democratische regering over.
Benito Mussolini
Stichter van het Italiaans fascisme

Na de Eerste Wereldoorlog was de Italiaanse bevolking onrustig geworden. De oorlog had diepe wonden in de samenleving en economie geslagen. Honderdduizenden keerden niet meer terug van het slagveld, de nationale schuld was torenhoog, en er heerste schaarste. Bovendien waren veel Italianen van mening dat hun land bij de vredesverdragen tekort was gedaan en dat de geallieerden hun beloften niet waren nagekomen.
De communisten streefden naar een revolutie, de reformistisch-socialisten naar een verdere uitbreiding van de democratie en de middenklasse naar een herstel van de orde en garanties voor het veiligstellen van hun bezittingen. De nationalisten wilden meer annexaties van Joegoslavisch en Oostenrijks grondgebied.
Naast deze stromingen ontstond het fascisme. Op 23 maart 1919 stichtte Mussolini op de Piazza San Sepolcro in Milaan de Fasci italiani di combattimento (Italiaanse strijdgroepen). Deze bestonden aanvankelijk voor een groot deel uit oudfrontstrijders, - de arditi (elitetroepen) - nationalisten, republikeinen, gedesillusioneerde socialisten en avant-garde kunstenaars. Mussolini werd door deze verschillende ideologische groepen gezien als de leider. De beweging groeide snel. De leden, die zich fascisten noemden, droegen een zwart hemd, een zwarte muts en veelal wapens. Van een sterk leiderschap was geen sprake. Dat was juist gedecentraliseerd en iedere stad of streek had haar eigen fascistenbaas. Een dergelijke baas werd ras genoemd, naar de Ethiopische provinciegouverneurs. Het kostte Mussolini vaak moeite om alle ras op een lijn te krijgen. De fascisten knokten met hun vijanden, de socialisten, de communisten, de leden van de katholieke volkspartij, hun vakbonden en hun kranten, waarbij veel doden vielen. Op 15 april 1919 viel een groep fascisten het redactiebureau van de socialistische partijkrant Avanti aan, waarbij vier socialisten gedood werden. De fascisten pleegden het meeste geweld op de Povlakte. De grootgrondbezitters op de Povlakte zochten steun bij de fascisten tegen de sterke onderhandelingspositie van landarbeiders. De landarbeiders hadden door socialistische arbeidsbureaus en stakingen hoge lonen afgedwongen.
De fascistische zwarthemden vielen op 21 november 1920 het stadshuis van Bologna binnen omdat socialistische ambtenaren een rode vlag hadden opgehangen. Bij deze aanval vielen zes doden onder de ambtenaren. In het eerste half jaar van 1921 werden - volgens fascistische partijdocumenten - de gebouwen van 17 drukkerijen, 59 socialistische partijbureaus, 119 arbeidsbureaus, 107 coöperaties, 83 boerenbonden, 151 socialistische clubs en 151 culturele verenigingen vernield door de fascisten.
Door de fascistische aanvallen tussen 1 januari en 7 april 1921 werden 41 socialisten, 20 politieagenten en 16 andere personen vermoord. In Noord-Italië namen de zwarthemden hele dorpen en steden over.
Mussolini streefde inmiddels naar een sterk leiderschap en rond 1921 werd de fascistische beweging omgezet in een politieke partij: de Partito Nazionale Fascista (PNF). Mussolini werd haar hoogste leider, Duce (van het Latijnse Dux = legeraanvoerder). Tegelijkertijd met de oprichting van de PNF werd er een partijprogramma aangenomen. Het republicanisme, socialisme en antiklerikalisme werden afgezworen, maar bleven op de achtergrond, zeker ook bij Mussolini, een rol spelen. Maar hij gaf ook toe dat fascisme principeloos was en diende om de macht te veroveren.
Verkiezingen mei 1921

Bij de verkiezingen van mei 1921 deed de PNF mee met de lijst Nationaal Blok, waarin ze samenwerkten met liberalen en nationalisten. Deze lijst stond onder leiding van de liberaal Giovanni Giolitti. Bij deze verkiezingen kreeg het Nationaal Blok in totaal 105 parlementszetels die ingenomen werden door 52 liberalen, 33 fascisten en 20 nationalisten van de Italiaanse Nationalistische Associatie. Daarnaast kreeg de PNF, bij kiesdistricten waar ze zelfstandig meededen, nog eens twee zetels. Bij de verkiezingen van 1921 kwamen in totaal 35 fascisten in het parlement. De Italiaanse Nationalistische Associatie fuseerde in 1923 met de fascistische partij. Als parlementslid keerde Mussolini zich vooral tegen de democratie.
Mars op Rome

In oktober 1922 werd een mars op Rome begonnen. Uit vier verschillende richtingen vertrokken groepen fascisten met de bedoeling de hoofdstad over te nemen. Iedere groep werd geleid door een vooraanstaand leider van de beweging. De regering reageerde sterk verdeeld. De demissionaire premier Luigi Facta liet politie en treinpersoneel 20.000 deelnemers aan de mars tegenhouden in Civita Vecchia, Orte en Avezzano. Negenduizend uitgeputte zwarthemden bereikten tenslotte op 28 oktober in de regen de buitenwijken van Rome. Koning Victor Emanuel III weigerde Facta's wet voor de noodtoestand te ondertekenen. Hij vreesde een burgeroorlog als er soldaten zouden overlopen en bood Mussolini (die overigens niet meeliep maar in Milaan bleef en een vluchtweg naar Zwitserland had voorbereid voor het geval dat de mars mislukte) het premierschap aan. Mussolini accepteerde en kwam op 30 oktober 1922 meteen naar Rome.
Op 31 oktober werd aan 10.000 zwarthemden, inmiddels van voedsel en droge kleren voorzien, een parade door Rome toegestaan, waarbij zeven doden en 17 gewonden vielen. Na aanzienlijke schade aan kantoren van kranten van de oppositie zette Mussolini ze diezelfde avond Rome uit. Hij werd premier van een coalitiekabinet van fascisten, katholieken, liberalen en socialisten. Mussolini keerde zich echter spoedig tegen zijn coalitiegenoten en gooide ze één voor één uit de coalitie: de socialisten werden als eersten weggewerkt en moesten ondergronds gaan opereren, de liberalen werden uit de regering gezet, maar mochten hun zetels in het parlement behouden, mits zij de fascistische politiek zouden steunen. De katholieke partij werd het werken onmogelijk gemaakt. Een deel van haar leiders week uit naar het buitenland. De rest van de partij opereerde sindsdien eveneens ondergronds.
Moord op Matteotti

Sinds 1924 regeerde Mussolini met volmachten en liet zich verheerlijken als il Duce, die altijd gelijk had (ha sempre ragione). De eerste ernstige crisis die het regime kreeg te verwerken was de moord op de reformistisch-socialistische leider Giacomo Matteotti, die op 30 mei 1924 geprotesteerd had tegen de onwettige maatregelen van Mussolini: hij wilde de verkiezingen ongeldig laten verklaren, na een verzoek van Mussolini diezelfde dag om in een keer een paar duizend wetten goed te keuren en de miljoen klachten over de verkiezingen niet te behandelen. Op 10 juni 1924 raakte Matteotti vermist en de publieke opinie verdacht de fascisten ervan hem te hebben vermoord. Mussolini ontkende stellig iets te maken te hebben met de verdwijning. Na de moord op 10 juni werd het lichaam van Matteotti pas op 16 augustus 1924 ontdekt even buiten Rome.
Matteotti was in een auto ontvoerd en doodgeslagen, volgens vrijwel iedereen door fascisten en handlangers van de regering. De auto waarmee Matteotti ontvoerd was, werd door de politie teruggevonden. Het bleek dat een aantal fascisten achter de moord zat. Vanwege de betrokkenheid van zijn adviseurs Rossi, Aldo Finzi en Marinelli werd alom aangenomen dat de moord met medeweten van Mussolini was gepleegd. Mussolini had al op 11 juni 1924 elke betrokkenheid ontkend. Maar later moest Mussolini's fascistische onderminister van Binnenlandse Zaken, Finzi, de welgestelde joodse financier van de partij, aftreden. (Mussolini bekleedde zelf het ministerschap van Binnenlandse Zaken). Tenslotte stelde Mussolini zichzelf op 3 januari 1925 in een rede in het parlement verantwoordelijk voor de moord. Maar uiteindelijk overleefde hij de nationale storm van protest, dankzij de greep die hij op de pers had. Na enige tijd waren de meeste mensen de zaak-Matteotti alweer vergeten.

Mussolini presenteerde zich steeds meer als de autoritaire dictator. Dit kwam ook tot uiting in zijn karaktereigenschappen: bravoure, show, veel gezwaai met handen, militaristische uitspraken enzovoorts. Langzaam groeide het idee dat Mussolini Italië zou hebben gered van de bolsjewieken (communisten).
Hier geeft Nostradamus ons in combinatie met regel 1 het jaartal waar dit kwatrijn betrekking op heeft, namelijk het jaartal 1922 want in het zelfde jaar dat Mussolini aan de macht kwam werd in Egypte door de Britse archeoloog Howard Carter de grafkamer van farao Toetanchamon ontdekt (4 november 1922).
Regels 3 en 4

Dan wordt het koninkrijk zwaar op de proef gesteld,
Totdat het koninklijk vaandel samen met dat van de Duce onzichtbaar wordt.
Deze twee regels vertellen het verhaal tijdens de tijd van ‘Duce’ Mussolini en koning Victor Emanuel. Hun samenwerking bewerkstelligde de ondergang van de Italiaanse monarchie.
Tweede Wereldoorlog

Italië bleef in de Tweede Wereldoorlog - met toestemming van Adolf Hitler - aanvankelijk neutraal. Toen het echter duidelijk was dat Frankrijk zou gaan verliezen verklaarde Mussolini dat land en het Verenigd Koninkrijk op 10 juni 1940 de oorlog. Victor Emanuel had aanvankelijk zijn twijfels maar steunde Mussolini hierin uiteindelijk volkomen. Naar de familietraditie van de Savoyes trok hij zijn militaire uniform aan. De Duce had verwacht dat Groot-Brittannië om vrede zou smeken, een grote misrekening. De Italiaanse strijdkrachten stelden teleur en hadden in Griekenland en Afrika continu Duitse hulp nodig. De gehoopte eer en glorie van de oorlog bleven uit.
In mei 1943 werden de Italianen en Duitsers in Afrika verpletterend verslagen door de Britten en Amerikanen, die in juli op Sicilië landden. In Ethiopië kwam Haile Selassie weer op de troon. Albanië werd op de Italianen veroverd door de communisten en tot republiek gemaakt.
Als reactie hierop zette Victor Emanuel met maarschalk Pietro Badoglio een staatsgreep op touw en dwong Mussolini zijn ontslag in te dienen. Hij werd gevangengezet in Gran Sasso in de Abruzzen en de koning benoemde Badoglio tot premier.
De nieuwe regering zette officieel de oorlog tegen de geallieerden voort maar hield geheime onderhandelingen met hen. Hitler vertrouwde Badoglio niet en zond een grote troepenmacht naar Italië onder het voorwendsel steun te bieden tegen de geallieerde invasie. Op 8 september 1943 kondigde Badoglio een wapenstilstand aan, maar verklaarde nazi-Duitsland niet de oorlog. Mussolini, die door de Duitsers op spectaculaire wijze was bevrijd, keerde terug en zette de fascistische Italiaanse Sociale Republiek op, die nu in feite slechts een satellietstaat van Duitsland was. Victor Emanuel vluchtte met zijn gezin naar Sicilië. De vergelijking van zijn gedrag met dat van George VI, die weigerde Londen te verlaten tijdens de bombardementen, en paus Pius XII, die zich in Rome onder het volk mengde en met hen bad, deed de populariteit van de Italiaanse koning geen goed.
Victor Emanuels dochter prinses Mafalda werd diezelfde maand gearresteerd door de Gestapo. Ze was getrouwd met een nazi en had als verbinding tussen Duitsland en Italië gefungeerd. De officiële reden voor haar arrestatie waren "subversieve activiteiten" tegen de nazi's maar in feite gebruikte Hitler haar om de koning onder de duim te houden. Na ondervraging in München en Berlijn werd ze afgevoerd naar het concentratiekamp Buchenwald waar ze op 27 augustus 1944 stierf aan de gevolgen van een geallieerd bombardement, gecombineerd met uitputting en verhongering.
De koning trok zich onder Anglo-Amerikaanse druk in 1944 terug uit de openbare zaken. Hij deed echter geen troonsafstand, hoewel zijn zoon Umberto al zijn functies had overgenomen. De geallieerden, die Zuid-Italië al bezet hadden, rukten op naar het noorden en bevrijdden in 1945 het gehele land.
Einde van de monarchie
Victor Emanuel had met zijn samenwerking met Mussolini de ondergang van de Italiaanse monarchie bewerkstelligd, ook al had hij Italië van de verwoesting van de totale nederlaag gered door Mussolini tijdig uit te schakelen. De goed bewapende linkse partizanen in het noorden van Italië zagen hun kans schoon om zich niet alleen van de koning, maar van de hele constitutionele monarchie te ontdoen. Op 9 mei 1946 trad hij aan de vooravond van een referendum over de toekomst van de monarchie af ten gunste van zijn populaire zoon Umberto II. In het niet zonder intimidatie van gewapende groepen verlopen referendum stemde het noorden in meerderheid tegen en het zuiden voor de monarchie (in totaal zo'n 12 miljoen stemmen voor de republiek tegenover 10 miljoen voor de monarchie; meer dan drie miljoen stemmen raakten zoek, terwijl anderzijds ook overledenen gestemd bleken te hebben). Umberto werd zo al na 33 dagen afgezet en moest zijn leven in ballingschap doorbrengen. Politieke stabiliteit vond Italië niet meer.
Victor Emanuel stierf in 1947. Zijn laatste levensdagen bracht hij door in Alexandrië waar hij zich bezighield met vissen, postzegels verzamelen en wandelen in de tuin.
De dood van Mussolini wordt in Centurie 5, Kwatrijn 28 beschreven, zie hoofdstuk 'De dood van Benito Mussolini, Italië april 1945'.
Italië onder Benito Mussolini