Nostradamus
... een nieuwe visie ...
Laatst bijgewerkt:
12 november 2016
DE VOORSPELLINGEN
ONJUISTE INTERPRETATIES
Napoleon Bonaparte
15 augustus 1769 - 5 mei 1821

De opkomst van Napoleon Bonaparte
Centurie 1, Kwatrijn 60

Veldtocht Sardinië,
22 februari 1793
Centurie 3, Kwatrijn 87

Eerste consul van Frankrijk
Centurie 4, Kwatrijn 54

Grote Sint-Bernhardpas,
mei 1800
Centurie 5, Kwatrijn 20

Inname Milaan
Centurie 3, Kwatrijn 37

Kroning tot keizer van Frankrijk,
2 december 1804
Centurie 8, Kwatrijn 57

Invasie in Rusland, 1812
Centurie 4, Kwatrijn 75

Slag bij Moskou, 1812-1813
Centurie 8, Kwatrijn 85

Verbanning naar Elba,
6 april 1814
Centurie 10, Kwatrijn 24
 
1e Wereldoorlog 1914-1918

Aanleiding tot de
Eerste Wereldoorlog 1914-1918
Centurie 9, Kwatrijn 55

*** UPDATE ***
Oorlogsvoering in de lucht, beide wereldoorlogen
Centurie 1, Kwatrijn 64

*** UPDATE ***
Kerk "St-Gervais-et-St-Protais" geraakt door Parijs-Geschut
29 maart 1918
Centurie 3, Kwatrijn 6
Aanleiding tot de eerste wereldoorlog
Frans Ferdinand (Duits: Franz Ferdinand) (Graz, 18 december 1863 - Sarajevo, 28 juni 1914), aartshertog van Oostenrijk-Este, was troonopvolger van Oostenrijk. Hij was de zoon van aartshertog Karel Lodewijk van Oostenrijk en Maria Annunciata van Bourbon-Sicilië. Hij was een neef van keizer Frans Jozef I en werd na de zelfmoord van kroonprins Rudolf troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije.
De moord op Frans Ferdinand van Oostenrijk in Sarajevo vormde mede de aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog; de redenen voor het uitbreken van deze oorlog zijn echter uiterst complex. De moord vond plaats op 28 juni 1914, toen de Oostenrijkse troonopvolger samen met zijn echtgenote, Sophie Chotek Gräfin von Chotova, hertogin von Hohenberg, een bezoek bracht aan Sarajevo, de hoofdstad van de Oostenrijk-Hongaarse provincie Bosnië en Herzegovina.
Centurie 9 - Kwatrijn 55

L'horrible guerre qu'en l'Occident s'appreste,
L'an ensuiuant viendra la pestilence,
Si fort l'horrible que ieune, vieux, ne beste,
Sang, feu, Mercure, Mars, Iupiter en France.

De afgrijselijke oorlog die in het Westen wordt voorbereid,
Het jaar er na zal de epidemie (plaag) komen,
Zo heel vreselijk dat jong, oud (worden niet gespaard), evenmin de dieren,
Bloed, vuur, Mercurius, Mars, Jupiter in Frankrijk.
Aartshertog Frans Ferdinand met familie
Wat voorafging
De provincie Bosnië en Herzegovina was in 1878 door Oostenrijk-Hongarije bezet toen zij de Turken hadden verdreven en werd in 1908 geannexeerd. Servië was in 1813 door de Turken bezet. Onder bescherming van Rusland konden de Serven samen met troepen uit Oostenrijk-Hongarije in 1867 de Turken verslaan. Hierdoor raakte Servië zowel politiek als economisch zeer afhankelijk van Oostenrijk-Hongarije. De Serven waren echter niet blij met de afhankelijkheid van Oostenrijk-Hongarije en kwamen hiertegen in verzet. Vanaf 1906 waren er kleine conflicten tussen Servië en Oostenrijk-Hongarije. Bosnië en Herzegovina vormde een belangrijk onderdeel van het Servische streven om alle zuidelijke Slavische volkeren in één staat te verenigen. Rusland steunde Servië in het streven naar één Balkanstaat.
Sinds de overeenkomst die in 1867 in het keizerrijk Oostenrijk de staatsrechtelijke verhouding tussen Oostenrijk en Hongarije regelde en leidde tot de Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije, was het Habsburgse rijk verdeeld in een Oostenrijks en een Hongaars landsdeel. Binnen het rijk leefden echter ook veel Slaven, die geen eigen landsdeel hadden. Vanwege fricties met de Duitse en Hongaarse adel had Frans Ferdinand een lange tijd de optie voor een driedelige monarchie, dus met een Slavisch landsdeel, gesteund.
De belangrijkste reden van frictie was Frans Ferdinands voorgenomen huwelijk met de Hongaarse Sophie Chotek. Dit stuitte op weerstand, omdat zij slechts van lage adel was. Toen de Hongaarse adel zijn bezwaren tegen het huwelijk opgaf, trok Frans Ferdinand zijn steun in voor het Slavische landsdeel, dat de Hongaren veel van hun gebied zou hebben gekost. Vooral onder de zuidelijke Slavische volken in het huidige Kroatië en Bosnië-Herzegovina werd dit als verraad gezien.
Met de steun van de Hongaarse adel trouwden Frans Ferdinand en Sophie Chotek op 1 juli 1900; een ongelukkige keuze bleek later. Ze hadden weliswaar mogen trouwen, maar de keizerlijke familie stond het huwelijk pas toe nadat men was overeengekomen dat Sophie geen koninklijke status zou krijgen. Zij mocht op officiële gelegenheden niet naast haar man zitten, ook niet op de verjaardag van hun huwelijk. Omdat Bosnië-Herzegovina noch onder het Oostenrijkse, noch onder het Hongaarse landsdeel viel, bestond hier deze beperking echter niet. Daarom bezochten zij rond 28 juni 1914 voor een aantal dagen Sarajevo.
Door Servische nationalisten werd dit bezoek, juist op deze datum: de verjaardag van de Slag op het Merelveld, echter als een regelrechte provocatie opgevat en een groep Bosniërs, die gesteund werd door Servië, beraamde een aanslag op de kroonprins.
Iedere 4 mei herdenken we de doden die tijdens de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog vielen. Van deze oorlog zijn vele documentaires gemaakt en er zijn ook veel boeken over verschenen, maar weinigen weten over de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) te vertellen. Naar schatting vielen tijdens deze oorlog 30 miljoen doden en hoewel dit de helft was in vergelijking met de Tweede Wereldoorlog, was ook deze oorlog gruwelijk en zinloos.
De voorbereiding
Op 28 mei 1914 kwamen drie Bosnisch-Servische studenten (Gavrilo Princip, Trifko Grabež en Nedeljko Čabrinović) aan in het stadje Sabac nabij Belgrado. Ze namen meteen contact op met Cvjetko Popović van de "Zwarte Hand", een Servische nationalistische beweging. Via hem werden ze in contact gebracht met majoor Jankovic van het Servische leger, die de rechterhand was van kolonel Dragutin Dimitrijević. Hij leerde hen omgaan met wapens en munitie.
Op 6 juni 1914 vertrokken ze naar Sarajevo om er bij familie te logeren. Princip bracht zijn vriend Ilic op de hoogte van het plan om de Oostenrijkse troonopvolger te vermoorden.
De aanslag
De Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Frans Ferdinand bracht vanaf 25 juni 1914 een officieel bezoek aan Bosnië en Herzegovina. Het bezoekprogramma van de aartshertog was bekend op 28 juni 1914 en de studenten stelden zich langs de route op.
In Sarajevo (de hoofdstad van het geannexeerde Bosnië) bracht de aartshertog, samen met zijn vrouw Sophie, op 28 juni 1914 een inspectiebezoek aan de troepen. Nadien zou men in de stad het stadhuis bezoeken. De rijtour (in open auto's) passeerde om 10 uur Muhamed Mehmedbašić, die vanaf een brug een bom in de open wagen moest gooien, maar op het laatste moment niet meer durfde.Toen passeerde de wagen Čabrinović, die een bom gooide. Deze trof geen doel, om redenen die achteraf niet duidelijk zijn geworden. Volgens een lezing werd de bom door Frans Ferdinand zelf weggeslagen, volgens een andere stuiterde de bom af. Hoe dan ook, de bom viel op straat waar hij ontplofte, maar hierbij raakten wel drie officieren gewond, waaronder Eric von Merizzi en graaf Alexander von Boos-Waldeck. Ook verschillende omstaanders raakten gewond. Na deze mislukking probeerde Čabrinović zijn flesje cyaankali in te nemen, maar dat was al oud en werkte niet meer optimaal en hij braakte het uit. Hij rende weg en sprong in de rivier Miljacka om zichzelf te verdrinken. Dit mislukte echter want hij sprong net in een gedeelte waar de rivier maar ongeveer 20 centimeter diep was. Hierna werd hij gearresteerd.
Frans Ferdinand zag dat de volgauto gestopt was en dat de inzittenden gewond waren. Zijn chauffeur trok op en verdween van het toneel. De aanslag leek mislukt. Princip zelf zou hebben overwogen eerst Čabrinović en zichzelf te doden maar zag ervan af; droop teleurgesteld af en ging naar de delicatessenzaak Moritz Schiller.
De aartshertog besloot het programma gewoon te laten doorgaan en na een kort bezoek aan het stadhuis vertrokken ze naar het hospitaal om de gewonden uit de volgauto te bezoeken. De chauffeur van Frans Ferdinand was evenwel van dit ingelaste bezoek aan het ziekenhuis niet op de hoogte en volgde de oorspronkelijke geplande route richting het paleis van de gouverneur van Sarajevo. Opmerkzaam gemaakt op het plan om eerst het ziekenhuis te bezoeken, bracht hij de wagen, een Gräf & Stift, in de Franz-Josephgasse tot staan. De wagen, die geen achteruit had, werd langzaam achteruit geduwd, om de weg richting ziekenhuis te kunnen inslaan.
Juist op dat moment kwam Princip de delicatessenzaak uit, die zich op de hoek van de Franz-Josephgasse bevond. Tot zijn verbazing zag hij de stoet van de aartshertog achteruitrijdend voorbijkomen. Princip bedacht zich geen moment, sprong op de treeplank van de Gräf & Stift, trok zijn FN Model 1910 pistool en vuurde twee schoten op de kroonprins en zijn vrouw. Sophie Chotek stierf vrijwel meteen door een schot in haar buik. Frans Ferdinand zei "Sopherl! Sopherl! Sterbe nicht! Bleibe am Leben für unsere Kinder!" ("Sophie, Sophie! Niet doodgaan! Blijf leven voor onze kinderen!"). Toen werd hij in zijn hals geraakt door het tweede schot. De eigenaar van de auto, graaf Franz von Harrach, die rechts vooraan zat naast de chauffeur Leopold Lojka, draaide zich om en vroeg "Majestät, was ist Euch?" (Majesteit, hoe gaat het U?"). Hij antwoordde "het is niets, het is niets". Vrij snel daarna raakte hij buiten bewustzijn. Het paar werd snel naar het governeurspaleis gereden maar Sophie Chotek was al overleden en Frans Ferdinand stierf kort erna.
Princip probeerde zich door zijn hoofd te schieten maar omstaanders sloegen zijn pistool uit zijn hand en begonnen op hem in te slaan. Ook de cyaankali werd hem ontnomen en de omstanders zouden hem gelynchd hebben wanneer de politie hem niet tijdig had gearresteerd. De andere samenzweerders werden eveneens kort na de aanslag gearresteerd.
Na de moord
Princip werd opgepakt, maar kon, omdat hij nog geen 21 was, niet de doodstraf krijgen. Hij werd tot 20 jaar celstraf veroordeeld maar hij stierf al in 1918, waarschijnlijk aan tuberculose.
Toen het nieuws bekend werd, waren de Oostenrijkers razend. Ze hadden gehoord dat Servië waarschijnlijk bij de moord betrokken was en ze vernielden en plunderden Servische winkels en andere eigendommen. Ook werden er winkels in brand gestoken. De keizer van Oostenrijk, Frans Jozef (de oom van Frans Ferdinand) toonde echter geen enkele emotie toen het nieuws hem ter ore kwam. Naar zijn mening hield Frans Ferdinand er te moderne ideeën op na.
Ook internationaal was de publieke opinie op de hand van Wenen. In 1903 hadden Servische officieren nog hun eigen koning vermoord, en deze aanslag werd gezien als een zoveelste voorbeeld van "de Servische mentaliteit". Zelfs Rusland, traditioneel een bondgenoot van Servië, keurde de daad af.
De daders waren gepakt en zouden worden berecht, Oostenrijk reageerde niet en internationaal had Servië een groot gezichtsverlies geleden. De aanslag leek dus met een sisser af te lopen.
Deze schijnbare rust was bedrog. De zogenaamde 'Oorlogspartij' van minister van Buitenlandse Zaken Leopold Berchtold, opperbevelhebber Franz Conrad von Hötzendorf en de minister van Oorlog Alexander von Krobatin, hoopten door middel van het creëren van een buitenlandse vijand de interne verdeeldheid binnen de dubbelmonarchie te stoppen. Oostenrijk-Hongarije verzekerde zich van Duitse steun en men hoopte daardoor dat Servië in een korte, makkelijk te winnen oorlog, snel kon worden verslagen en dat vanwege de internationale antipathie tegen de Serviërs, andere landen ervan weerhouden zouden worden om in te grijpen. Maar dan moest er wel eerst een oorlog worden uitgelokt.
Akkoord gaan, of anders ...
Pas op 23 juli stuurde Oostenrijk-Hongarije Servië een ultimatum van 48 uur, het zogeheten Juli-ultimatum, van tien punten. Als Servië zou weigeren, zou dat oorlog betekenen. Van alle punten werd uiteindelijk alleen het zesde punt, de eis dat de Oostenrijkse officieren die onderzoek naar de moord deden ongehinderd toegang zouden krijgen tot het Servische grondgebied, niet geaccepteerd.
Oostenrijk-Hongarije ging niet akkoord en verklaarde op 28 juli 1914 de oorlog aan Servië. Servië had een verdrag met Rusland. Rusland had verdragen met Frankrijk, de Frans-Russische Alliantie, en met Groot-Brittannië, de Triple Entente. Oostenrijk had een verdrag met Duitsland en met Italië, de Triple Alliantie (1882), en Duitsland had een verdrag met het Ottomaanse Rijk. Door deze verdragen ontstond uit de oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië de Eerste Wereldoorlog.
Frans Ferdinand en Sophie vijf minuten voor de aanslag
De wagen, een Gräf & Stift
Gavrilo Princip
De oorlog ging tussen de Centrale Mogendheden, onder leiding van Duitsland, en de Triple Entente die bestond uit Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en het Russische Rijk. Italië, dat een verdrag had met Duitsland, stelde zich neutraal op, omdat het land het niet eens was met de Duitse plannen betreffende de Balkan. Na een Duits ultimatum aan België gaf het laatstgenoemde land zijn neutraliteit op en verdedigde zich tegen de agressor.
In Centurie 9, Kwatrijn 55 beschrijft Nostradamus de aanvang van deze gruwelijke oorlog. Kenmerkend hierbij is dat hij in de derde regel ook de dieren benoemt die hier slachtoffer zullen zijn. In de vierde regel geeft hij op fabuleuze wijze het moment aan:
Regel 1

De afgrijselijke oorlog die in het Westen wordt voorbereid,
Met al het bovenstaande heeft deze regel geen nadere uitleg meer nodig.
Regels 2 en 3

Het jaar er na zal de epidemie (plaag) komen,
Zo heel vreselijk dat jong, oud (worden niet gespaard), evenmin de dieren,
Door de grote aantallen vluchtelingen en gewonden groeide de kans op besmettelijke ziekten. In januari 1915 brak aan het oostfront een grote tyfus epidemie uit. 200.000 doden aan Servische kant waren het gevolg, waaronder ook artsen en medisch personeel, die liepen immers extra veel risico.
In Rusland veroorzaakte deze tyfus epidemie zelfs 3.000.000 doden. Er werden ontluis lokaties opgericht voor de troepen op het westelijk front, maar de ziekte teisterde merendeel de legers van het oostfront waarbij 10 tot 40 procent van degenen die besmet waren de dood vonden.
Toch zal Nostradamus niet alleen op deze uitbraak van tyfus gedoeld hebben, de dieren waren hier namelijk niet vatbaar voor.
Waar Nostradamus waarschijnlijk meer op doelde waren de eerste gifgas aanvallen, een strijdmiddel dat nog niet eerder in een oorlog was gebruikt.
Dit geschiedde op 22 april 1915 door het Duitse leger. Zo kwam de Eerste Wereldoorlog in de fase van een chemische oorlogsvoering. Hoewel: echt nieuw was het wapen niet en het gruwelijke effect ervan belette niet dat iedereen het ging gebruiken - net omwille van dat effect.
22 april 1915 was een mooie voorjaarsdag aan het Westelijke front. De Eerste Wereldoorlog was bijna negen maanden aan de gang. Het Duitse offensief door België richting Noord-Frankrijk verzandde in een loopgravenoorlog, met Ieper als het centrale geallieerde bastion.
De oorlog werd een wereldoorlog, mede door de Britse deelname, maar ook omdat het Ottomaanse Rijk zich bij Duitsland voegde waardoor ook het Midden-Oosten een strijdtoneel werd.
,,De zon scheen'', getuigde een Duitse soldaat over die dag. ,,Het gras was stralend groen. Onze artillerie zette na de middag een hevige aanval in. We moesten de Fransen in hun loopgraven houden. Toen stopte onze artillerie. We riepen de infanterie terug en openden de gasflessen met een touwtje. Tegen het avondeten dreef het gas langzaam in de richting van de Franse linies. Het was doodstil.''
Het was vijf uur in de namiddag. De Duitse soldaten hadden gewacht tot de wind goed zat, weg van hun eigen linies. Tussen Steenstrate en het IJzerkanaal, over Langemark en Poelkapelle, lieten ze uit 5.730 cilinders 180 ton chloorgas ontsnappen. Het verspreidde zich traag over de door Franse en Algerijnse soldaten bemande linies. Chloorgas is zwaarder dan lucht, maar de wind voerde het mee. Het gas zakte in de vijandelijke loopgraven en schuttersputjes neer en kleurde alles geel-groen.
De Franse soldaten kregen een pijnlijk, branderig gevoel in de ogen, de neus en de keel. Ze werden er misselijk van. In hun longen vormde zich een geelachtig slijm dat hen eerst hard deed hoesten. De ophoping van vocht in hun longen deed hen langzaam stikken. Vijfduizend soldaten stierven. De rest vluchtte in paniek weg, waardoor een kilometersbreed gat in de verdedigingslinie werd geslagen.
Het nieuwe wapen doodde niet alleen soldaten, het veroorzaakte ook nog eens een blinde paniek. Wie het zag komen afdrijven, kon alleen op de vlucht slaan. In de loopgraven wist niemand wat er gebeurde. Van enige bescherming ertegen was al evenmin sprake.
Door een toeval ontsnapten Belgische legereenheden op 22 april aan het gas. De aanval was nochtans ook tegen hen gericht. Zij waren iets verderop gelegerd, ten westen van Steenstrate. Maar de wind blies iets harder dan voorzien zuidwaarts, waardoor alle gas in de Franse sector belandde.
Een tweede gasaanval twee dagen later kostte vijfduizend Canadese soldaten ten noordoosten van Ieper het leven. Begin mei kregen ook de Britten het over zich heen. De gasaanval bezorgde Duitsland en zijn bondgenoten bepaald geen goede publiciteit, ook niet in neutrale landen als (toen nog) de VS. Zijn "laffe'' aanval op het kleine, neutrale België begin augustus 1914 en de wreedheden hadden Duitsland in de propaganda al beladen met de term " barbarij". Het gebruik van gifgas bevestigde dat alleen maar. Toch maakte dat weinig uit. Als iets hun nuttig lijkt, aarzelen legerleiders maar zelden om het in de strijd te werpen, hoe smerig het ook is en hoe groot in dit geval ook de weerzin was om de waterputten van de vijand te besmetten.
Dat het Verdrag van Den Haag van 1899, het gebruik van dodelijke gassen had verboden, maakte al evenmin veel uit. Tenslotte waren chemische wapens - want daartoe behoort het gifgas - niet echt nieuw. Meer nog, in de Eerste Wereldoorlog waren de Duitsers niet de eersten om ze in te zetten. Al in het vroegste begin hadden de Fransen al traangas (xylylbromide) op hen afgevuurd. Kort daarop begonnen de Duitsers experimenten met nies- en traangas tegen de Fransen en de Russen. Het verschil lag erin dat het chloorgas meteen dodelijk bleek.
In september 1915 kregen de Duitsers met Brits chloorgas een koekje van eigen deeg. De doos van Pandora stond open, niets kon de escalatie nog stoppen. Chemische wapens gingen in beide kampen tot het courante arsenaal behoren. Na het chloorgas volgde het al krachtiger fosgeen en in 1917 introduceerde Duitsland het nog dodelijkere mosterdgas, dat bekend raakte als yperiet.
Maar de nieuwe wapens hadden hun verrassingseffect verloren. De legers konden zich er steeds beter tegen beschermen. In de miljoenenslachting die de Eerste Wereldoorlog was, eiste de inzet van in totaal 51.000 ton chemicaliën uiteindelijk,`slechts' 90.000 doden en 1,2 miljoen gewonden. Veel verschil maakte dat niet op het slagveld, op de ellende na van wie het gas over zich heen kreeg.
Het zijn vergeten strijdkrachten, 'oorlogsslachtoffers' die nooit erkend zijn: dieren speelden cruciale rol tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Miljoenen dieren stierven echter in de strijd. Zo werden honden ingezet om berichten in de loopgraven over te brengen, om ammunitie te dragen of om met hun scherpe neus gewonde soldaten op te speuren. Duiven kregen een fotocamera op de borst en werden ingezet als vliegende spion, kanaries moesten gasaanvallen detecteren.
Tanks waren er in het begin van de oorlog nog niet, paarden moesten het zware werk doen.
Naar schatting zes tot acht miljoen paarden stierven tijdens deze oorlog, de gemiddelde levensduur van een paard lag op 5 weken
Dieren
De Eerste Wereldoorlog werd achteraf door velen zinloos genoemd. De Frans/Duitse grenzen waren amper opgeschoven en behalve huilende moeders, troosteloze weduwen en vaderloze kinderen, door de naar grove schatting 30 miljoen doden, bracht het voor landen als Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland eigenlijk alleen maar meer pech en onheil. Na WOI had Duitsland verloren en vanwege de geëiste en haast onmogelijk hoge herstelbetalingen was WOI zelfs de indirecte oorzaak van WOII.
Toen de oorlog in 1914 begon had het Britse leger 'slechts' 25000 paarden. Dat was te weinig en dus moest men op zoek naar meer paarden. Ruim 450.000 Britse paarden werden geconfisqueerd en/of opgekocht. Paarden kleiner dan 1.52m bleven buiten schot, zij werden gezien als paarden voor de kinderen. Het leger wilde hun geliefde dieren niet afnemen. Een ander deel kwam vanuit de Verenigde Staten over, op het hoogtepunt zeker 1.000 paarden per week. De Amerikanen verscheepten de halfwilde paarden die in het land rondliepen. Vijfenzeventig procent van de paarden die naar het Europese vasteland gingen werd trekpaard. De rest was als rijdier bestemd voor officieren en soldaten.
De soldaten moesten niet alleen voor zichzelf (en elkaar) zorgen, maar ook hun paard had de nodige aandacht nodig. Elke dag moesten de oren schoon gemaakt worden en werden de neusgaten gereinigd met water en azijn. Het grootste probleem zat hem echter in het voeren van de paarden. De oorlog vond grotendeels plaats in loopgraven en had een continue opschuivende frontlinie, waardoor het slagveld modderig en grasloos was. Het gebruik van mosterdgas werd in 1917 enorm populair, maar dit was wel dodelijk voor zowel mens als dier.
Een bataljon van circa 1.000 man had ongeveer 56 paarden ter beschikking. Voor de paarden werd in vier jaar tijd totaal 2.978.301 kilo haver en 2.460.301 ton hooi richting de frontlinie vervoerd. Dit lijkt veel, maar voor 56 paarden was er dus 7.840 kilo aan haver en hooi nodig, een vijfde van wat feitelijk werd aanbevolen. De paarden die de grote zware karren met munitie moesten trekken waren zwaarder en hadden meer voer nodig dan de rijdieren. Per bataljon waren er twintig soldaten die speciaal waren aangewezen om de paarden te verzorgen. De dieren konden gemiddeld vijf uur per dag eten en op modderige en regenachtige dagen kon het zijn dat het twaalf uur duurde eer zij weer geheel schoon waren.
Om hygiënische redenen werden bijna alle paarden geschoren. Pas in 1918, toen de oorlog op zijn einde liep, kwamen de Britten er achter dat het scheren en het hoge aantal gestorven paarden mogelijk een direct verband hadden. In de winter stierven de paarden dus met bosjes van de kou. De overige paarden werden getroffen door machinegeweren en granaten of leden aan schurft of koliek. Naast de kou stierven zij ook door verwondingen, honger, uitputting of door het eten van het beetje gras dat er nog was, maar met mosterdgas vergiftigd was.
De ontberingen op de slagvelden waren enorm. “Ik wist niet dat paarden konden gillen, maar ze kunnen het. Het was een bloedbad. Mensen en dieren, dood of stervend, ze lagen overal”, aldus een soldaat.
Ook de paarden hadden gasmaskers ...
Regel 4

Bloed, vuur, Mercurius, Mars, Jupiter in Frankrijk.
Deze regel laat zich beter vertalen als:
Er zal bloed en strijd zijn in Frankrijk, Mercurius, Mars en Jupiter.
Op 1 april 1915 kwamen deze planeten, vlak voor zonsopkomst, zeer dicht bij elkaar en daardoor vrijwel tegelijkertijd boven de horizon !
Het was de maand dat de eerste strijdgassen ingezet werden.
1 april 1915 om 07.40 uur
Centurie - Kwatrijn 55